Ontwikkelcentrum Het PLEIN
Omdat iedereen een kans verdient


Het uitgebreide theoretische kader.

De visie en de manier van omgaan met de kinderen op het plein heeft veel weg van de humanistische stroming van de psychologie, maar ook van het behaviorisme en van de cognitieve stromingen binnen de psychologie. 


Het humanisme

Het humanisme gaat er vanuit dat mensen uit zichzelf steeds naar het goede streven. Een belangrijk persoon binnen deze stroming is Rogers, Rogers (1902-1987) was een Amerikaanse psycholoog die een andere visie had op ontwikkeling en therapie dan de stromingen die er al waren.  Volgens Rogers bestond het basismotief van het menselijk bestaan uit positieve kracht, die hij zelfactualisatie noemde, de neiging van een mens om zichzelf in stand te houden, zich te actualiseren en te verbeteren, om te groeien naar een volledige realisatie van de aangeboren capaciteiten. Een belangrijke stap binnen deze theorie is het ontstaan van ‘het zelf’ bij kinderen (met het zelf wordt bedoeld dat kinderen hun eigen identiteit ontwikkelen).Kinderen op het plein zijn meestal langer op zoek naar hun ‘zelf’ en daar krijgen de kinderen hulp bij door in gesprek te gaan met de kinderen.  De zelfactualisatie komt bij het plein naar voren door de kinderen zelf te laten ervaren , hun eigen keuzes te laten maken en de insteek om alles uit de kinderen te halen wat er in zit, dit gebeurt op het tempo van het kind en binnen de mogelijkheden van de kinderen.  Er wordt niet gekeken naar de beperkingen van het kind, maar naar de mogelijkheden van de kinderen.  (Rogers, 1961)

Maslow is ook een belangrijk persoon binnen de humanistische benadering, Maslow heeft een theorie ontwikkeld tot zelfverwerkelijkingswaarden. Volgens Maslow wordt de mens gemotiveerd door een aantal fundamentele behoeften; behalve de primaire behoeften, zoals voedsel, slaap, seks en het streven naar veiligheid, erkent Maslow zogenaamde groeiwaarden, dat zijn zelfverwerkelijkingswaarden.

Deze theorie heeft hij verwerkt in een piramide:










Binnen de humanistische benadering wordt er ook veel gesproken over het begrip zelfbeeld. Dit zelfbeeld wordt gevormd op het moment dat het ontstaan van ‘het zelf’ begint bij de kinderen. Belangrijke begrippen binnen dit zelfbeeld zijn het ‘ware zelf’ en het ‘ideale zelf’, hiermee wordt bedoeld dat als iemand zijn ware zelf ziet, er een goed zelfbeeld is, maar op het moment dat iemand zijn ideale zelf als zijn ware zelf ziet dan kan dit zorgen voor een niet realistisch zelfbeeld, dit kan zowel positief als negatief zijn. Kinderen op het plein hebben vaak een niet realistisch zelfbeeld omdat ze een beeld van zichzelf hebben dat gebaseerd is op hun onzekerheid. Het werken aan het zelfbeeld komt terug in de zelfbeeld werkboeken die het plein heeft, binnen de groepsgesprekken en de individuele gesprekken. Dit is een belangrijk aspect binnen de ontwikkeling van de kinderen op het plein, dit hebben de kinderen nodig om zichzelf verder te ontwikkelen om op een later moment zich te kunnen redden in de maatschappij. 


Behaviorisme

Het behaviorisme is een stroming binnen de psychologie met een aantal bekende grondleggers. Pavlov, een Russische fysioloog, bestudeerden de spijsverteringsstelsel van honden, door hun experiment ontdekten ze dat voedsel in de mondholte van honden automatisch de productie van speeksel uitlokt. Dit werd de klassieke conditionering genoemd. 

Thorndike, ook een pionier binnen het behaviorisme, hij deed experimenten met katten. De katten werden opgesloten in een kooi en om aan voedsel te komen moest de kat aan een touw trekken, de kat deed eerst andere pogingen om uit de kooi te komen bij het voedsel, bij toeval trok de kat aan het touwtje en kon bij het voedsel, naarmate de tijd vorderde bleek de kat systematisch minder tijd nodig te hebben om aan het touwtje te trekken. Dit noemde Thorndike ‘de wet van effect’. 

Skinner is ook een belangrijk persoon binnen het behaviorisme en zijn naam wordt daarnaast gekoppeld aan de operante conditionering. Wat voor aanhangers van het behaviorisme van groot belang is, is dat er wordt gekeken naar het waarneembare gedrag, ook worden hierbij leerprocessen centraal gesteld. De theorie van Skinner wordt daarom ook wel de leertheorie genoemd. Skinner zag mensen en gedrag niet los van hun omgeving en stelt dat ieder gedrag een wisselwerking is tussen omgeving en mens.  

Binnen de werkwijze en de visie van het plein, komt de zienswijze van het behaviorisme ook naar voren. Ten eerste leren we kinderen door de zelf dingen te laten ervaren, en schermen we de kinderen niet af voor hun omgeving. We leren de kinderen dat hun gedrag bepaalde consequenties heeft, we zoeken naar een natuurlijke consequentie die zoveel mogelijk logisch is naar aanleiding van het gedrag van het kind. We geven de kinderen vaak een keuze en vertellen daarbij de consequenties die de keuze met zich meebrengen. Op deze manier willen we de kinderen leren om zelf keuzes te maken en om te leren omgaan met de gevolgen, zowel positief als negatief. 

Omdat het ontwikkel niveau van de kinderen op het plein enorm verschillend is, en een aantal kinderen moeilijk in kaart te brengen zijn qua ontwikkelniveau, maken we gebruik van de VB-mapp. Dit is een onderzoeksmethode gebaseerd op het werk van Skinner. De VB-mapp staat voor Verbal Behavior Milestones Assessment and Placement Program. Dit is een methode met daarbij een protocol dat de begeleiders één keer per jaar invullen om de kinderen op verschillende ontwikkelgebieden goed in kaart te brengen. Vanuit dit protocol worden doelen gesteld waaraan de kinderen gaan werken in de groep en op individueel niveau.

Er zijn in totaal vijf componenten van het programma, het eerste deel van dit programma is het VB-MAPP Milestones assessment. Dit vormt de basis van het programma. Het is ontwikkeld om een representatief beeld te vormen van de verbale ontwikkel skills en gerelateerde vaardigheden daarvan. 

Het programma bevat 170 meetbare mijlpalen die zijn verspreid over 16 verschillende vaardigheden en drie ontwikkel niveaus.

Het tweede deel van de VB-MAPP dat is de Behaviors assessment deze is ontwikkeld om een assessment te maken van de 24 leer en taal barrières, die vaak voor komen bij kinderen met een taalachterstand.

Het derde deel van de VB-MAPP is het Transition assessment, hierbij gaat het erom of het kind klaar is voor een minder gestructureerde setting.

Het vierde deel is de Task Analysis en Supporting skills die kijkt naar de doelen die er zijn opgesteld en de wijze waarop deze doelen behaald kunnen worden. De Supporting skills die vullen de doelen aan met een ondersteuning door middel van taal, leer en sociale vaardigheden die zich gelijktijdig zouden moeten gaan ontwikkelen met de doelen. 

Wanneer een kind zijn vaardigheden en barrières zijn geïnventariseerd en geanalyseerd, kunnen de doelen geschreven worden en kan er een leerprogramma ontwikkeld worden. Deze kunnen worden geïmplementeerd als toevoeging aan de opgestelde doelen.

Het programma heeft de vaardigheden niet alleen opgedeeld in 0-18 en maar ook in 18-30 maanden en 30-48 maanden. Hierdoor brengt het ook in kaart wat de belemmeringen zijn voor een kind om te leren en te ontwikkelen. Door middel van dit programma kan het toekomstperspectief van het kind worden bepaald. Dit kan in de toekomst helpen met het stellen van doelen die nodig zijn om naar dit toekomstperspectief toe te werken. 
Het programma gaat uit van 18 verschillende domeinen die de empirische basis vormen voor het bijhouden en in kaart brengen van de ontwikkeling van het kind. Een voorwaarde is dat een kind taalvaardigheden nodig heeft om getest te kunnen worden binnen het meetinstrument. De taalvaardigheden zijn belangrijk voor onder anderen de didactiek, sociale vaardigheden en in de buurt zijn van een normaal ontwikkeld kind. 


Cognitieve benadering

Cognitieve theorieën gaan over de informatieverwerking bij kinderen, hoe selecteren kinderen informatie en hoe verwerken ze dit. De kennis die kinderen hebben worden opgeslagen in schema’s. Als een kind bepaalde informatie nodig heeft dan wordt er in de hersenen automatisch een schema geactiveerd. Dit is ook van toepassing op sociale vaardigheden en zelfredzaamheid. Kinderen met ontwikkelingsstoornissen hebben, volgens de cognitieve benadering, disfunctionele schema’s. Deze schema’s zijn gevormd tijdens hun ontwikkeling en blijven daar op stilstaan. Om een schema aan te passen naar een functioneel of gewenst schema is daar hulp bij nodig. Door kinderen verschillende situaties uit te blijven leggen en te laten ervaren hopen we de schema’s die disfunctioneel zijn aan te passen naar een functioneel schema. 

Bij de kinderen met terugkomend en herhaalgedrag proberen we dit te doorbreken door vervangend gewenst gedrag aan te leren, vooral bij de kinderen die en laag ontwikkelniveau hebben is dit van belang omdat ze op deze manier flexibeler worden en niet blijven hangen in herhalingen.